Complete grammaticagids – TOEIC®-voorbereiding
(Bijgewerkt: 4 april 2026)
Flow Exam team
1. Inleiding
Dit is de eerste gids die je moet lezen voordat je de andere leest. Hij geeft je een goede basis in de Engelse grammatica.
2. De woordsoorten
A. Zelfstandige naamwoorden
B. Voornaamwoorden
C. Bepalers (Determinanten)
- 🔗 Gids over lidwoorden voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over bezittelijke en aanwijzende voornaamwoorden voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over kwantoren voor de TOEIC®
D. Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden
E. Werkwoorden
- 🔗 Gids over modale werkwoorden voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over actiewerkwoorden (dynamische werkwoorden) voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over staatswerkwoorden (statische werkwoorden) voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over onregelmatige werkwoorden voor de TOEIC®
F. Voorzetsels (Preposities)
- 🔗 Gids over voorzetsels voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over voorzetsels na een werkwoord voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over voorzetsels na een bijvoeglijk naamwoord voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over voorzetsels na een zelfstandig naamwoord voor de TOEIC®
G. Voegwoorden (Verbindingswoorden)
3. Werkwoordvervoeging en -vormen
A. De tegenwoordige tijd (Present)
B. De verleden tijd (Past)
C. De voltooid tegenwoordige tijd (Perfect)
D. De toekomende tijd (Future)
E. Bijzondere vormen en constructies
- 🔗 Gids over de voorwaardelijke wijs (conditioneel) voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over de aanvoegende wijs (subjunctief) voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over het lijdend voorwerp (passief) voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over causatieve werkwoorden voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over de gerundium en de infinitief voor de TOEIC®
- 🔗 Gids over de keuze tussen be used to do en used to do voor de TOEIC®